Instemmingsrecht
Artikel 27 WOR
Ja, of nee?
Dat is de vraag waar het om gaat bij instemmingsrecht. Artikel 27 noemt precies welke situaties hieronder vallen. Andere situaties vallen er niet onder. Tenzij hier is over is afgesproken in de CAO.
Benieuwd hoe dit precies in elkaar zit en wat hier allemaal onder valt?
Wel- of geen instemmingsrecht?
Om maar met de deur in huis te vallen: Onder het instemmingsrecht valt veel beleid en regelingen die worden geschreven door de HR afdeling.
Dit is onder andere:
- Arbeidsomstandigheden
- Personeelsopleiding
- Arbeid- en rusttijden
- Personeelsbeoordeling
- Waarneming of controle op aanwezigheid
- Beloning
Uitgebreide informatie
In artikel 27 van de WOR staat de hele lijst.
Aanvullingen of uitzonderingen?
Voor organisaties die een CAO hebben agesloten met de vakbonden zijn er uitzonderingen. Over alle onderwerpen waarvoor afspraken al volledig in de cao zijn vastgelegd hoeft de bestuurder niet ook nog instemming te vragen bij de OR.
Het kan ook zo zijn dat er aanvullende afspraken gemaakt worden in de CAO of in een overeenkomst met de OR. Hierdoor heeft de OR meer bevoegdheden.
Hoe ziet het proces eruit?
De bestuurder informeert de OR tijdens de artikel 24-vergadering aan welke regelingen wordt gewerkt. De OR ontvangt hierover later een schriftelijke instemmingsaanvraag.
Na ontvangst beoordeelt de OR of de aanvraag voldoende informatie bevat. Ontbreekt er iets, dan vraagt de OR dit op. De aanvraag wordt minimaal één keer besproken in de overlegvergadering.
Als er geen zwaarwegende bezwaren zijn, stemt de OR schriftelijk in. Daarna deelt de bestuurder het definitieve besluit en licht hij toe hoe de gemaakte afspraken daarin zijn verwerkt.
Geen instemming gevraagd?
Als een bestuurder een instemmingsplichtig besluit neemt zonder de OR om instemming te vragen, bespreekt de OR dit zo snel mogelijk met de bestuurder. De OR kan vragen de uitvoering te stoppen en alsnog een instemmingsaanvraag in te dienen.
Is het besluit al genomen, dan kan de OR binnen één maand schriftelijk een beroep doen op de nietigheid. Blijft er verschil van mening bestaan, dan kan uiteindelijk de kantonrechter worden ingeschakeld.
Wel- of geen instemmingsrecht?
Artikel 27 van de WOR geeft een limitatieve opsomming van alle regelingen die onder jhet instemmingsrecht van de ondernemingsraad valt. In gewoon Nederlands betekend dit dat de OR een instemmingsaanvraag ontvangt voor niet meer- en niet minder dan de regelingen hieronder:
De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van:
a.regelingen op grond van een pensioenovereenkomst, een winstdelingsregeling of een spaarregeling;
b.een arbeids- en rusttijdenregeling of een vakantieregeling;
c.een belonings- of een functiewaarderingssysteem;
d.een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reintegratiebeleid;
e.een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid;
f.een regeling op het gebied van de personeelsopleiding;
g.een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling;
h.een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk;
i.een regeling op het gebied van het werkoverleg;
j.een regeling op het gebied van de behandeling van klachten;
k.een regeling omtrent het verwerken van alsmede de bescherming van de persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen;
l.een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen;
m.een procedure voor het omgaan met het melden van een vermoeden van een misstand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet bescherming klokkenluiders;
een en ander voor zover betrekking hebbende op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen.
Aanvullingen of uitzonderingen?
Wel zijn er een aantal uitzonderingen. Als je goed hebt gelezen zie je dat de ondernemer instemming behoeft over de regeling. Dit wil bijvoorbeeld zeggen dat de OR niet hoeft in te stemmen met het uiteindelijke vakantierooster, maar dat er wél instemming nodig is wanneer er voorrangsregels of nieuwe algemene beperkingen beperkingen worden opgelegd.
Artikel 27.3 staat beschreven dat er geen instemming is vereist wanneer een regeling al inhoudelijk is opgenomen in de de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). Is de regeling al geheel vastgelegd met de vakbond? Dan moeten wijzigingen in de CAO ook met de vakbond onderhandeld worden.
Tegelijkertijd zijn er ook CAO's waarin meer rechten voor de OR zijn opgenomen:
Zo is er bijvoorbeeld de Cao VVT 2025–2026. Dit is met circa 500.000 werknemers een van de grootste cao’s van Nederland. De cao geeft de OR aanvullende zeggenschap over arbeidsvoorwaarden. Zo bepaalt artikel 4.5 dat een werkgever alleen in overleg met de OR of PVT een eigen regeling voor reiskostenvergoeding kan afspreken. De cao-regeling mag daarbij niet negatief afwijken van de landelijke cao.
Een ander duidelijk voorbeeld is artikel 11.1.1 – reiskosten woon-werkverkeer in de Cao Ziekenhuizen 2025–2027 de werkgever stelt in overleg met de ondernemingsraad een vergoeding vast. Daarmee heeft de OR dus instemmingsrecht over de regeling voor woon-werkverkeer, terwijl een reiskostenvergoeding als primaire arbeidsvoorwaarde niet zelfstandig in artikel 27 lid 1 WOR voorkomt.
Welke informatie wel en niet?
Nu je weet wat er wel- en niet onder het instemmingrecht valt is het prettig om te weten hoe het proces er stap voor stap uit ziet.
1. De OR wordt vroegtijdig geïnformeerd
Tijdens de artikel 24-vergadering bespreekt de bestuurder welke belangrijke besluiten in voorbereiding zijn. Daarbij wordt ook besproken welke onderwerpen mogelijk onder het instemmingsrecht vallen en worden afspraken gemaakt over wanneer en hoe de OR hierbij wordt betrokken.
2. De bestuurder werkt het voorgenomen besluit uit
De bestuurder werkt de regeling verder uit en bepaalt of instemming van de OR nodig is. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar artikel 27 WOR, maar ook naar aanvullende rechten uit bijvoorbeeld jullie cao of een ondernemingsovereenkomst.
3. De OR ontvangt de instemmingsaanvraag
De bestuurder legt het voorgenomen besluit schriftelijk voor aan de OR. In de aanvraag staat waarom het besluit wordt genomen en welke gevolgen het naar verwachting heeft voor de organisatie en haar medewerkers.
4. De OR onderzoekt het voorstel
De OR beoordeelt de aanvraag en kijkt of voldoende informatie beschikbaar is om een goed besluit te nemen. Er zijn veel verschillende manieren om dit zorgvuldig aan te vliegen. Bij complexe aanvragen kan het fijn zijn om hier externe deskundigheid bij te vragen. Zo nodig vraagt de OR aanvullende informatie op en raadpleegt hij medewerkers of een deskundige.
5. OR en bestuurder bespreken het voorstel
Het voorgenomen besluit wordt ten minste één keer besproken tijdens een overlegvergadering. De OR kan vragen stellen, aandachtspunten meegeven en proberen het voorstel te verbeteren.
6. De OR neemt een besluit
De OR besluit of hij wel of niet instemt en laat dit schriftelijk en gemotiveerd aan de bestuurder weten. Maak daarbij duidelijk wat onderdeel is van de instemming en wat slechts een wens of aanbeveling is. Aan losse aanbevelingen is de bestuurder meestal niet gebonden. Bespreek belangrijke voorwaarden daarom vooraf tijdens de overlegvergadering en leg gemaakte afspraken goed schriftelijk vast. Op basis van de aanvraag, het overleg en de gemaakte afspraken neemt de OR vervolgens een weloverwogen besluit.
7. De bestuurder neemt het definitieve besluit
Na het besluit van de OR deelt de bestuurder schriftelijk mee welk definitief besluit wordt genomen en wanneer dit wordt uitgevoerd.
Geen instemming gevraagd?
Dan is er ook nog de optie dat de OR geen instemming verleent.
Wanneer de OR niet instemt, kan de bestuurder het voorgenomen besluit niet zomaar uitvoeren. Vaak is het verstandig om eerst opnieuw met elkaar in gesprek te gaan. Misschien kunnen bezwaren worden weggenomen of kan het voorstel worden aangepast.
Komen OR en bestuurder er niet uit? Dan kan de bestuurder de kantonrechter om vervangende toestemming vragen. Zonder instemming van de OR of toestemming van de kantonrechter mag het besluit niet worden uitgevoerd.
Wat als de bestuurder de OR niet om instemming vraagt?
Het kan ook voorkomen dat de bestuurder een besluit neemt of uitvoert terwijl de OR vindt dat daarvoor eerst instemming gevraagd had moeten worden. Ga dan als OR eerst na of het besluit daadwerkelijk onder het instemmingsrecht valt en bespreek dit zo snel mogelijk met de bestuurder.
Blijft de bestuurder bij het besluit? Dan kan de OR schriftelijk een beroep doen op de nietigheid van het besluit. Dit moet binnen één maand nadat de bestuurder het besluit schriftelijk heeft meegedeeld, of als dat niet is gebeurd binnen één maand nadat de OR merkt dat het besluit wordt uitgevoerd.
De OR kan de bestuurder vervolgens vragen de uitvoering van het besluit te stoppen en de normale instemmingsprocedure alsnog te volgen. Ontstaat hierover een geschil, dan kan uiteindelijk de kantonrechter worden gevraagd om een uitspraak te doen. Ook kan vooraf bemiddeling door de bedrijfscommissie worden overwogen.
Belangrijk: een besluit dat zonder de vereiste instemming is genomen, is niet automatisch definitief van tafel. De OR moet zelf tijdig schriftelijk een beroep doen op de nietigheid.